Zoeken
  • Utrechts Doorgeefboek

Verhaal 2

Graag jullie aandacht voor dit prachtige verhaal dat Karen Holt in februari in het echte Utrechts Doorgeefboek schreef. Ze was zo aardig om dit toe te mailen, zodat jullie er online van kunnen genieten!

Plompetorengracht 5 februari 2020

Hallo Utrechtse Vinders,

Toen ik voor het eerst over het Doorgeefboek las dacht ik, “wat een geweldig idee”! Ik begon ook meteen te mijmeren over wat ik in zo’n boek zou schrijven. Ik gaf zelfs opdracht aan mijn Dutchman, “Als je ergens een gifgroen tas ziet staan, neem het mee!” Maar nu dat ik als een van de eerste het boek in handen heb zit ik onverwachts te twijfelen over wat ik erin moet zetten. Ik vermoed dat veel vinders dat zullen hebben.

In het geval dat het (nog) niet is opgevallen door het taalgebruik, kom ik oorspronkelijk niet uit Nederland. Ik ben geboren en getogen in de V.S. – Florida, om precies te zijn. Maar van jongs af aan had ik een vurig verlangen om de wijde wereld te zien. Het werd voor het eerst aangewakkerd toen ik als 8-jarige opdracht kreeg om een boek te lezen en een spreekbuurt te houden over (toeval?) Nederland.

Maar de meeste Amerikanen reizen niet (veel) buiten hun landgrenzen, en zeker niet als je uit een minderbedeelde familie kom, zoals ik. Ik nam me gewoon stellig voor om zó goed te leren dat ik later een heel goede baan zou krijgen waarmee ik ontzettend veel geld zou verdienen waardoor ik vliegtickets kon kopen naar Parijs, Moscow, Peking – overal!

Ik deed het inderdaad goed op school, maar superslim was ik kennelijk niet. Want het was pas tegen mijn laatste studiejaar aan de University of Florida – toen ik een Nederlandse uitwisselingstudent leerde kennen – dat ik besefte dat er andere manieren zijn om het buitenland te ontdekken. En niet alleen door een kort vakantie: Ik kon zelfs gaan leven en studeren in Europa! In de stad Utrecht…

De eerste keer dat ik door de prachtige binnenstad liep heeft een ongelofelijke indruk op me gemaakt. Zoiets had ik nooit gezien. Samen met de uitwisselingstudent – mijn Dutchman - heeft de stad mijn leven ook voorgoed veranderd. De één werd mijn metgezel in het ontdekken van de wereld en het leven. De andere de enige plek op aarde waar ik helemaal thuis voel, en waar ik naar verlang als ik weg ben.

Maar om iets te missen, moet je het af en toe verlaten. Dat begon meteen na mijn aankomst in Nederland een paar maanden voor het begin van het studiejaar. Dutchman en ik gingen liftend vanaf de Berekuil; kamperen in de Bois de Boulogne, paella eten in Valencia, kamelen rijden in Marrakesh, topless zonnen in Portugal. Reizen overtrof zelfs mijn hooggespannen verwachtingen. Het was fantastisch! En na die zes weken was het avontuur niet voorbij, want ik ging wonen in die geweldige Utrecht…

Het was het Utrecht van parkeren op de Neude, van “Amelisweerd, Niet Geasfalteerd” demonstraties, van 1,50 gulden om de Domtoren te beklimmen. Het was het Utrecht van mijn studenteneenheid op de Van Lieflandlaan complex waar ik TopPop en Koot & de Bie keek met mijn huisgenoten, en waar ik in kroeg de Shelter eens toegezongen werd door Drs. P. Het was met de Kerst “even” naar London te kunnen gaan, en met het voorjaar naar Luxembourg. Toen ik terug moest naar de VS, heb ik gehuild.

Maar niet lang. Nog één semester aan de universiteit en ik was afgestudeerd! Dutchman kwam en, met rugzakken op en “Southeast Asia on a Shoestring” in de hand, gingen we weer: body surfen in Hawaii, Kabuki in Japan, orang-oetans in Indonesia, tempels in Thailand, Hong Kong, Macau, China…. Na 10 maanden dwalen namen we de Trans Siberische Express van Peking naar Berlijn en dan liftend ons rondje om de aardbol afgemaakt – terug naar Utrecht.

Het was het Utrecht van gratis kunnen trouwen op maandagen. En waar je als jong echtpaar zowat meteen een ruime driekamerflat in Overvecht toegewezen kreeg. Het was het Utrecht van platen kopen bij Staffhorst, swingen in de Vrije Vloer, rellen rondom het Pausbezoek, en een uitzinnige mensenmassa op ’t Wed bij het winnen van de EK. Het was de tijd van doorwerken en carrières opbouwen, maar elke vakantie de kans grijpen om nieuwe plekken te ontdekken: Rome, de Vogezen, Vienna, Côte d’Azur en zo veel meer – we hebben de buurlanden goed leren kennen. Maar altijd zo fijn om weer thuis in Utrecht te zijn.

Maar na 10 jaar braaf doorwerken begon de wijde wereld weer te kriebelen en lokken. We hadden ondertussen onze professionele inzetbaarheid dusdanig opgebouwd en vastgesteld dat we zeker konden zijn om de aan de bak te kunnen als we terugkwamen. Dus hebben we de banen opgezegd, het appartement onderverhuurd, en de rugzakken weer gepakt.

De VS, Indonesia, Thailand, de Filippijnen, Vietnam, Cambodia, Kenya, Tanzania, India en Nepal. Heerlijk om weer helemaal footloose en fancy free te zijn! Zo veel bijzondere dingen gedaan en mensen ontmoet. Het aantal backpackers in de 90s was explosief gegroeid vergeleken met de 80s. Er leek een hele generatie op stap te zijn. En uit de velen gesprekken viel iets ons op. Veel van die jongeren leken op zoek te zijn naar waar ze hoorde. Ze wisten niet waar ze zouden landen, alleen dat ze niet terug wilde naar waar ze waren begonnen. Dat was zo anders dan wij, die – na een jaar – niets anders wilden dan terug naar Utrecht.

Deze keer was het het Utrecht die ons eindelijk – en letterlijk – in haar hart ging sluiten. Wij namen een sprong in het diepe en kocht een bovenwoning op de Plompetorengracht. Er moest ongelooflijk veel aan gebeuren, en het was de vraag of we het allemaal kon blijven betalen. Het was toen ook nog het Utrecht met dat lelijke gat om de hoek in de Voorstraat, en er werd ook nog stevig gewerkt iets verderop achter de ramen in de Hardebollenstraat. Het kon mij niets schelen. De eerste ochtend dat ik op de Plompetorengracht wakker werd ging ik meteen naar beneden, trok de deur open, en stond minutenlang te genieten van het raar en geweldig gevoel om binnenstadbewoner te zijn.

De neiging om de wereld in te trekken (en het geld ervoor te hebben) wordt een stuk minder als je bezig bent om jouw eigen wereldje te creëren in een oud grachtpand. En als het na jaren opknappen een echt droomhuis is geworden, wil je het ook niet zomaar achterlaten. Een paar weken af en toe weg was jarenlang prima. Alleen nóóit zomers. Je wilt er gewoon bijzijn als het buitenleven gezellig door de grachten galmt en het allerleukste festival op aarde – de Parade – er is.

Maar… het bloed blijft altijd kruipen waar het niet kan gaan. Toen we na 15 jaar de rugzakken weer gingen afstoffen was het het Utrecht van de super bouwput: station helemaal op de schop, Stadskantoor in aanbouw en een kolossaal muziekdoos aan het omhoog klimmen op het Vredenburg. Deze keer, South America: Inca Trail, Buenos Aires, Iguazu Falls, Lake Titikaka, de Pantanal, Rio de Janeiro, de Galapagos eilanden. Toen we terugkwamen was alles nog niet klaar, maar het ergste was voorbij.

En nu… nu is het het Utrecht van de ingepakte Dom, van de uit-de-hand-gelopen kademuren herstel, en van het terugkrijgen van mooie dingen uit het verleden, zoals het volledige Singel, en het opnieuw in gebruik nemen van het prachtig Postkantoor gebouw op de Neude. Het is ook de tijd waarin Dutchman en ik heerlijk kunnen doen precies wat we willen. Voorlopig is dat veel vrijwilligerswerk bij culturele instanties, maar op een bepaald moment zullen we zeker de rugzakken weer van zolder halen.

Utrecht zal blijven veranderen. Want dat is wat ze doet. Wat voor stad zal het zijn als we ooit weer terugkomen van een lange reis? Volgens de planning een met wolkenkrabbers in het Beursgebied, en een geheel nieuw, groen woonwijk in het Smakelaarsveld tegen Centraal Station. En wat hebben wij dan meegemaakt? Dutchman laat doorschemeren dat hij Zuid- Afrika en Madagaskar zeer interessant vindt. Ik voel eigenlijk iets meer voor Nieuw-Zeeland en Polynesië. Maar wat het ook wordt, een ding is zeker: de wegen die wij bewandelen zullen altijd terugleiden naar Utrecht.

3 keer bekeken
  • Facebook